Bibliotheek Escamp: 'DigiTaalpunten moeten organisch geheel van de bibliotheek worden'

Reka Deuten-Makkai en haar collega's van het digiTaalpunt Escamp zoeken het buurtfestival op om reclame te maken voor de diensten van hun bibliotheek. Brit Hopmann sprak met hen.

Reclame maken op een buurtfestival

‘U kunt er ook een computercursus gaan volgen’, zegt Nienke van Bibliotheek Escamp tegen een oudere dame. Plaats van handeling: een tent op het Escamp Festival, waar de bibliotheek reclame maakt voor haar diensten. Het evenement is de ideale gelegenheid om met buurtbewoners in gesprek te gaan. Het is druk.

Escamp is uitgerukt met een tafel vol flyers en een team van medewerkers en vrijwilligers. Verderop staan tenten van taalorganisaties en instellingen die burgers helpen participeren. De hele ketensamenwerking lijkt hier uitgestald te zijn.

Nienke rondt het gesprek met de oude dame af. De vrouw gaat blij weg met een arm vol boeken die zij voor een habbekrats heeft aangeschaft. Zal zij een keer naar het DigiTaalpunt komen of daar zelfs een cursus Klik & Tik gaan volgen?

DigiTaalpunten: samenwerking tussen bibliotheek en gemeente

De bibliotheekvestiging ligt dichtbij en is zichtbaar vanuit het festivalterrein. Het stadsdeelkantoor is in hetzelfde pand gehuisvest. De bibliotheek heeft een frisse uitstraling.

Bij het DigiTaalpunt zijn alle computers bezet. ‘Wij bieden de diensten in zeven vestigingen aan’,  vertelt Reka, Programmaleider Taalhuizen. De Haagse DigiTaalpunten zijn ontstaan uit een samenvoeging van Taalpunten in de bibliotheken en kleine servicepunten van de stad Den Haag, waar je een DigiD aan kunt maken of antwoord kunt krijgen op Wmo-vragen.

Reka legt uit: ‘De kracht van het DigiTaalpunt is dat de gemeente de klant doorstuurt om bijvoorbeeld een formulier in de vullen, iets uit te printen of een cursus te volgen. Meestal zijn dat klanten die ook een taalvraag hebben.’ 

Zelf doen of doorverwijzen


'Klanten die hulp nodig hebben, komen best vaak naar de bibliotheek. Want je wordt geholpen met al je vragen en het kost niets. Als je een klant twee of drie keer helpt om een formulier in te vullen, dan vraag je of de klant wil leren om het zelfstandig te doen. Want ‘het contact met deze klanten is nauw, zeker bij zo’n kleine vestiging.’ In Bibliotheek Escamp begeleiden twee stagiairs de mensen. ‘De vrijwilligers zijn opgeleid om een taalvraag te herkennen. Klanten kunnen worden doorverwezen naar Klik & Tikcursussen of taalcursussen. Of je kunt samen achter de computer met taal oefenen. Daarin zijn de vrijwilligers ook getraind’, vertelt Reka. ‘Als het een gecompliceerd geval is, dan leggen we contact met het Taalhuis in de Centrale Bibliotheek.’

Administratie in de cloud

‘Al onze administratie zit in de cloud; daar hebben we een excel logbook’, vertelt Reka. ‘Zo hebben alle vestigingen dezelfde informatie. Elke klant krijgt een aantekening: is het een taalvraag, is het een collectievraag of is het iets anders. We vragen ook hoe hij bij het Taalhuis is gekomen: via e-mail, de bibliotheek, en passant, doorverwezen door werkplein, UWV, enz.’ Er komen veel verwijzingen vanuit het Werkplein of de UWV. ‘Daar heeft Stichting Lezen & Schrijven ook twee vrijwilligers neergezet om mensen door te verwijzen. Met hen werken wij goed samen.’

Soms moet je diensten uitproberen


Reka licht toe hoe het aanbod tot stand komt: ‘Ik kijk altijd naar de behoefte en dan probeer ik daar zo snel mogelijk op in te spelen. Dan gaan we iets uitproberen. Als het werkt, dan bouwen we het uit.’

Een nieuw initiatief is het jongerencafé. ‘Wij organiseren nu een samenspraakcafé voor jongeren onder de twintig, kaaskoppen met nieuwkomers.’ Aanleiding waren vragen van ouders: ‘Mijn kind zit in de schakelklas, maar na de schooluren heeft hij nergens de mogelijkheid om de taal te oefenen met een echte Nederlander.’

En niet minder belangrijk: ‘Jongeren willen natuurlijk ook het leuke leven van een jongere hier ontdekken. En dat kan alleen een jongere vertellen: waar je koffie kunt drinken, waar je een biertje kunt pakken, waar je kunt sporten, wat voor clubs er zijn.’ Het initiatief wordt geleid door een eerstejaars student van de Haagse Hoogeschool die het heel leuk doet. Het zou mooi zijn als er op natuurlijke wijze koppels ontstaan.’

Mensen in hun kracht zetten

Is er een geheim recept? Misschien is het belangrijkste om goed te kijken naar mensen en gebruik te maken van mogelijkheden die zich voordoen. ‘We hadden een Poolse vrijwilligster in onze ploeg – ze had net B2 afgerond. Toen ik dat bekendmaakte, stuurden mensen ineens gericht klanten door naar haar.’ Daarna was het besluit gauw genomen: ‘Toen hebben we Poolse spreekuren ingericht.’ Een afspraak wordt via de mail gemaakt. ‘De oorspronkelijke vrijwilliger is nu weg. Ze kreeg een baan in Hilversum. Maar in ons bestand hebben we een nieuwe vrijwilliger gevonden.’ Reka adviseert: ‘Je moet mensen die dingen laten doen waar ze goed in zijn.’

De toekomst: in elke vestiging een DigiTaalpunt

Alles komt samen in het DigiTaalpunt: een goed werkende infrastructuur, het taalnetwerk en iemand met de nodige kennis om effectief te ondersteunen. De meeste kennis zit in het Taalhuis in de Centrale Bibliotheek, bijvoorbeeld over het nieuw onderdeel voor inburgeraars: Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA). ‘Daarvoor moet de klant een portfolio opbouwen. Tijdens de spreekuren is het mogelijk om je portfolio te laten zien. Of een kort sollicitatiegesprek te voeren.’

Alles is gericht op zelfredzaamheid en participatie.

‘Vrijwilligers begeleiden de eerste stappen en laten de klant dan zelfstandig achter.’ En dat geldt niet alleen maar voor (digi)taalvragen. ‘We zijn eigenlijk een brede hulp. Je kunt er ook antwoord krijgen op een vraag over werk, zorg en welzijn.’ Binnen vier jaar zullen de DigiTaalpunten in Den Haag in alle vestigingen uitgerold worden.

‘Na die tijd moet het een organisch deel van de bibliotheek worden.’ Vindt Reka. ‘Want dat is je taak!’

Weblinks