'Grijp elke kans om je preventieve en curatieve aanbod te verbinden!

Laaggeletterdheid staat niet op zichzelf. Kinderen van taalzwakke ouders hebben meer kans om laaggeletterd te worden. Zo kan laaggeletterdheid van generatie op generatie worden doorgegeven, waardoor een cyclus ontstaat. Bibliotheken zijn een grote rol gaan spelen om zowel taalproblemen bij de jeugd te voorkomen, als om laaggeletterdheid terug te dringen. Bibliotheek Twenterand heeft mooie eerste stappen gemaakt om beide activiteiten met elkaar te verbinden, om zo de cyclus te doorbreken. Aan het woord is Dirry van de Grampel, coördinator Educatie van de Bibliotheek Twenterand.

VoorleesExpress
‘Binnen het preventieve vlak richt Bibliotheek Twenterand zich vooral op de leeftijdscategorie nul tot acht jaar’, licht Dirry toe. ‘Sinds een paar jaar bieden we de VoorleesExpress aan. Vrijwilligers van de Bibliotheek komen elk jaar bij twintig gezinnen thuis om bijna een half jaar lang voor te lezen. We richten ons daarbij vooral ook op autochtone gezinnen. Twenterand is van oorsprong een ‘veengebied’. Kenmerkend hiervoor is dat een relatief groot deel van de autochtone bevolking van oudsher een sociale en taalachterstand heeft. Van oorsprong is Twenterand ook een onderwijsachterstandsgebied. Bij de VoorleesExpress proberen we dan ook altijd het hele gezin mee te pakken. De primaire focus is het voorlezen voor het kind, maar we geven wel aan dat één van de ouders bij het voorlezen aanwezig moet zijn. Op bepaalde scholen is het zelfs een vast onderdeel geworden van hun denken: “dat gezin, daarvoor zou het geweldig zijn!”.’

Alert op laaggeletterdheid
‘De voorlezers van de VoorleesExpress zijn alert op mogelijke laaggeletterdheid bij ouders met een Nederlandse achtergrond. Ook wordt bekeken of statushouders behoefte hebben aan extra taalondersteuning boven op de inburgeringscursus.’ Dirry heeft de vrijwilligers van de VoorleesExpress een instructie meegegeven: als ze een band opbouwen met de moeder en een mogelijke taalachterstand opmerken, moeten ze proberen om dit aan de orde te stellen. De vrijwilligers van het Taalpunt hebben allemaal de cursus ‘Herkennen en verwijzen’ gevolgd.
Volgens Dirry heeft het probleem niet altijd betrekking op de laagtaalvaardigheid. Als voorbeeld noemt ze een moeder die de huisarts niet zelf durfde te bellen. ‘Deze vrouw heeft een vertrouwensband opgebouwd met de voorlezer van de VoorleesExpress. Het kind heeft echt een slag gemaakt, maar ook de moeder, vooral in het zelfvertrouwen. Ze is daardoor heel erg veranderd, en zelfs een actieve moeder op school geworden.’

Taal voor Thuis
‘Onlangs hebben we geprobeerd Taal voor Thuis aan te bieden. Via de scholen is hier bekendheid aan gegeven, want je bent sterk afhankelijk van hen.’ Taal voor Thuis is een cursus van twintig bijeenkomsten voor ouders die wordt gegeven door taalvrijwilligers. De cursus helpt ouders bij het verbeteren van hun eigen (taal)vaardigheden en stimuleert hen om op zoek te gaan naar informatie over de taalontwikkeling van hun kind.
‘Op een paar plekken hebben we hier vorm aan kunnen geven door een verkorte cursus Taal voor Thuis te geven', licht Dirry toe. ‘Officieel bestaat de cursus uit twintig bijeenkomsten, maar wij vinden dat erg veel, dus we gaan eerst uit van tien. De cursus werd in deze uitprobeerfase gegeven door de coördinator van het Taalpunt. Uitgangspunt is vooral dat de ouders leren om hun kinderen te stimuleren in hun taal- en leesontwikkeling. Hiermee lok je de ouders naar de bijeenkomsten. Zodat ze meer betrokken zijn bij het leerproces van hun kinderen en dat ze ook kunnen ondersteunen bij huiswerk. Uiteindelijk hoop je, dat als blijkt dat de ouders zelf een taalprobleem hebben, ze dit erkennen en ermee naar buiten komen. Op dat moment kun je ze doorsturen naar het Taalpunt. Hierbij is het handig dat de taalpuntcoördinator de spin in het web is.’

Vertrouwen, veiligheid en gezelligheid
‘Het is van belang dat de bijeenkomsten op een veilige plek dicht bij hun bekende wereld worden georganiseerd, bijvoorbeeld op school. En dat mensen zich vertrouwd voelen. Het idee is dat de ouders elkaar advies gaan geven en dat jij als professional niet eens zo heel veel hoeft te zeggen. Als ouders elkaar adviseren, wordt dat ook eerder aangenomen. Zorg tot slot dat het heel gezellige bijeenkomsten zijn.’

Taalpunt
‘Het Taalpunt zit in de Bibliotheek. De gemeente heeft dat bij ons neergelegd. Het Taalpunt heeft een stuurgroep en daar is het ROC van Twente in vertegenwoordigd, net als de ambtenaar Onderwijs, Stichting Lezen & Schrijven en de welzijnsorganisatie. De directeur van de Bibliotheek heeft de voorzittersrol. Ook wordt hierbij volop samengewerkt met de scholen. Zo was vorig jaar bijvoorbeeld de coördinator van het Taalpunt aanwezig bij een leescoördinatorenoverleg voor alle scholen. Daarbij is duidelijk uiteengezet wat het beleid is van de Bibliotheek: dat we heel graag de gezinnen willen bereiken. De kinderen bereik je wel, maar juist bij de ouders is het moeilijk. Dan is de samenwerking met de scholen erg van belang.’

Tips voor andere Bibliotheken
‘Ga het gewoon doen, ook als je merkt dat het in het begin moeizaam verloopt! Zorg dat het lijntje tussen het preventieve en curatieve aanbod heel kort is en ontwikkel visie op deze verbinding. Trek hierbij volop samen met scholen op. Via de kinderen kun je namelijk de ouders triggeren om ook iets aan hun taalontwikkeling te doen. Door deze verbinding kun je ervoor zorgen dat er binnen de Bibliotheek een doorgaande lees- en leerlijn ontstaat.’
‘Grijp overal waar je kunt, de kans en leg zoveel mogelijk de verbinding! Vanavond geef ik bijvoorbeeld een training over BoekStart in de Kinderopvang aan medewerkers van een kinderdagverblijf en daar vertel ik ook weer over de VoorleesExpress. Een medewerker zal maar net contact hebben met een gezin waar een taalachterstand wordt geconstateerd.’

Meer informatie
Dirry van de Grampel, e-mail d.vdgrampel@bibliotheektwenterand.nl

Interview door Ilse Lodewijks
april 2018