Wetgeving

De verschillende wetten geven het kader waarbinnen je als bibliotheek opereert. Basisvaardigheden zijn verankerd in het DNA van de bibliotheek. Aan de orde komen: Wsob, WEB, Participatiewet, Wmo en AWBZ.

Algemeen kader: de Wet stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob)

Het brede kader voor de taken van bibliotheken ten aanzien van basisvaardigheden wordt geboden door de Wet stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). De Wsob geeft een aantal richtingen voor de ontwikkeling van het bibliotheekstelsel. De openbare bibliotheek heeft vijf functies: 

  • ter beschikking stellen van kennis en informatie
  • bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie 
  • bevorderen van lezen en het laten kennismakenmet literatuur
  • organiseren van ontmoeting en debat
  • laten kennis maken met kunst en cultuur

Dienstverlening op het gebied van basisvaardigheden valt voornamelijk onder de bibliotheekfuncties: het ‘bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie’ en het ‘bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur’.

Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)

De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) bepaalt dat het educatiebudget voor de opleidingen Nederlandse taal en rekenen (waarbij inbegrepen digitale vaardigheden) voor niet-inburgeringsplichtige volwassenen niet langer alleen bij de regionale opleidingencentra (roc’s) besteed hoeft te worden. Die verplichting was er wel vóór 2015. Ze wordt tussen 2015 en 2018 stapsgewijs afgebouwd.

Het aanbod van educatie wordt afgestemd op de doelgroepen in de eigen gemeente. Hierdoor komt er steeds meer ruimte voor maatwerkoplossingen en liggen er ook kansen voor de Bibliotheek om, als aanbieder van non-formele educatie, een speler te worden in het kader van de WEB, bijvoorbeeld door de oprichting van een DigiTaalhuis.

WEB-middelen kunnen breder worden ingezet, zie het volgende citaat uit de brief van minister van OWC, Jet Bussemaker aan de Tweede Kamer, februari 2017:
“gemeenten hebben aangegeven dat zij de educatiegelden graag zouden inzetten voor het inkopen en aanbieden van cursussen voor alle basisvaardigheden: taal, rekenen en digitale vaardigheden. De wetgeving biedt voor die laatste categorie op dit moment nog niet veel ruimte. Daarom zal ik via een ministeriële regeling mogelijk maken dat per 2018 ook cursussen digitale vaardigheden kunnen worden aangeboden via het educatiebudget. Op deze wijze kunnen gemeenten nog beter de individuele leervraag van diegene die zijn of haar basisvaardigheden wil verhogen, centraal stellen.”

Lees de hele brief

De drie ‘decentralisaties’ in het sociaal domein

Op 1 januari 2015 zijn de drie ‘decentralisaties’ van kracht geworden. Op drie beleidsterreinen heeft de landelijke overheid budgetten, bevoegdheden en taken overgedragen aan de gemeenten: jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Centraal staat het idee dat de burger zo veel mogelijk zelfredzaam moet zijn. Eventueel benodigde hulp kan het beste in de lokale context worden gegeven.

Stelregel is 'Lokaal wat kan, regionaal wat beter is en niet anders kan.’

Participatiewet: Werk en Arbeidsmarktparticipatie
Met het ingaan van de Participatiewet per 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor het begeleiden van inwoners naar werk, ook mensen met een arbeidsbeperking. Bibliotheken zijn er om mensen te ondersteunen om taal- en digitaal vaardiger te worden. Ook met educatie die speciaal gericht is op het vinden (en houden) van werk. Daarmee levert de Bibliotheek lokaal een bijdrage aan langdurige arbeidsmarktparticipatie. Dat doet zij in samenwerking met andere organisaties.
Bibliotheken helpen om het arbeidsvermogen van mensen te ontwikkelen: bij het schrijven van een cv, met sollicitatietrainingen en loopbaanbegeleiding, en bij het verbeteren van sociale vaardigheden. Ook ondersteunen ze bij het onderhouden van kennis en vaardigheden; de Bibliotheek is een lokaal educatief centrum waar ‘een leven lang leren’ centraal staat.


De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de AWBZ
De Wmo en de Zorgwet (AWBZ) gaan over het beleidsterrein Zorg & Welzijn. Doelgroep zijn alle kwetsbare volwassenen: de beroepsbevolking, maar vooral ook de niet-beroepsbevolking:
• ouderen
• mensen met een beperking
• mensen die zorg nodig hebben

Het budget is bedoeld voor maatschappelijke participatie, welzijn, leefbaarheid en het behoud van zelfstandigheid. Het kan onder meer worden gebruikt voor:
• voorlichting, informatie en advies
• scholing/Leven Lang Leren (digitale vaardigheden, mediawijsheid)
• vrijwilligerswerk
• mantelzorg
• preventie
• vitaliteit (gezondheidsvaardigheden)
• mobiliteit en omgevingsaanpassingen
• activering en ontmoeting
• eenzaamheidsbestrijding, dagbesteding en zingeving
• leefbaarheid